Ik kom uit een compleet andere denk- en ervaringswereld dan de plaats en de omgeving waar ik woon. Of plaatsen alwaar ik gewoond of gewerkt heb. Met een uitzondering daargelaten. Of dat nu komt door mijn opvoeding, cultuur, opleiding of neurodivergentie; het zorgt voor een lading aan andere opinies en invalshoeken. Mijn logische referentiekaders en associaties zijn voor mij uiterst waardevol, maar voor anderen vaak vreemd of ontoegankelijk. Dit bedoel ik absoluut niet alsof ik superieur ben of een ander minder is. Ik observeer slechts. Maar dat is tegenwoordig al een eigenschap die bij veel mensen ontbreekt, helaas.
Soms voel ik me een wandelend woordenboek of een encyclopedie in een taal die bijna niemand spreekt. Ik begeef me tussen mensen met wat ik noem een 'televisiebrein'. Ik heb een diepe hekel aan het manipulatieve medium dat televisie heet. Het lukt mij simpelweg niet goed om de brug naar die wereld te slaan, en dat frustreert behoorlijk als ik het wél probeer. Mijn sociale conversaties moet ik daarom noodgedwongen beperken tot alledaagse zaken waarvan ik weet dat ze begrepen worden, en waar ik iets zinnigs op kan antwoorden of vragen.
Het lezen van filosofen, vooral uit de oudheid, is voor mij een ware ontdekkingstocht. Tijdens die tocht bekruipt me geregeld het idee dat ons menselijk brein aan het devalueren is. Ons diepere denkvermogen neemt af. We hebben weliswaar exponentieel meer informatie tot onze beschikking — wat heel belangrijk is — maar er komt intellectueel gezien niet veel nieuws meer bij. Het lijkt er af en toe op alsof alles al eens is gezegd.
Neem nu Democritus en zijn atomenleer. Hij stelde dat de wereld bestaat uit onzichtbare, ondeelbare deeltjes. Daar kwam dit genie mee aanzetten, zo'n tweeduizend jaar voordat de moderne wetenschap dit daadwerkelijk begon te ontdekken. Hij deed dat zonder referentieboeken, zonder computers en zonder moderne communicatiemiddelen. Het is achteraf niet verbazingwekkend dat men in die tijd dit soort denkers uit angst vermeed of zelfs vermoordde, zoals in het tragische geval van Socrates, de grondlegger van de westerse filosofie. De massa hield toen al niet van spiegels.
Deze devaluatie van de menselijke geest zie ik ook heel duidelijk terug in de architectuur. Oneerbiedig gezegd is de moderne architectuur gereduceerd tot de houten blokkendoos waar ik vroeger als kind mee speelde. Er is geen enkele inspiratie of oog voor detail meer in de ontwerpen te ontdekken. Ondanks dat er in de loop der eeuwen talloze opleidingen en universitaire leerstoelen binnen de architectuur zijn ontstaan, en men met moderne materialen de meest ondenkbare constructies in elkaar kan knutselen, is de klassieke architectuur die de menselijke geest verruimt nagenoeg verdwenen. Het is tegenwoordig dertien in een dozijn: veel glas, beton en een strak, deprimerend steriel design.
Hoe deden die oude bouwmeesters dat vroeger toch? Zij bouwden zonder moderne studies gigantische, adembenemende kathedralen. Hoe deden de Romeinen het, of de oude Egyptenaren, en al die andere culturen over de gehele wereld? Ze hadden geen rekenmachines, geen computers en geen technische bibliotheken. Daar zat puur, rauw denkwerk achter. En niet zomaar van één persoon; sommige bouwwerken vergden de toewijding van meerdere generaties.
Dat pure, generatiedoorsnijdende denkwerk zijn we kwijt. Dat is mijn conclusie.
Maar wie ben ik...
Phoenix Pensador
Goed stuk.
BeantwoordenVerwijderenGerard - https://gerard1945.wordpress.com/