Dit is een vierluik. Aan het einde van de pagina kunt u naar het volgende deel klikken
Onlangs bladerde ik door de archieven van mijn harde schijf en stuitte ik op een tekst die ik twintig jaar geleden, in 2006, had opgeschreven. Het was een persoonlijk verslag van mijn eerste diepe kennismaking met de cultuur van Maranhão, in Brazilië. Ik beschreef de overweldigende impact van de matracas en zabumbas tijdens het Bumba Meu Boi-feest. Maar toen ik het nu, twintig jaar later, teruglas, viel me iets heel anders op. Ik zag hoe ik destijds worstelde om de controle te behouden. Ik keek naar een diepe, historische traditie van slavernij en beloften door de strikte, logische bril van mijn Nederlandse opvoeding. Ik dacht destijds dat ik zag wat er gebeurde, maar ik begreep het eigenlijk niet.
Het deed me beseffen hoe we bijna allemaal in het leven staan. We leven in de absolute overtuiging dat onze eigen wereld de 'echte' wereld is. We kijken naar buiten door een klein, zelfgemaakt gaatje in een kartonnen doos. Wat daarbuiten valt, bestaat voor ons niet. En buiten die box denken? Dat is angstaanjagend complex.
Hoe kwetsbaar dat eigen referentiekader is, leerde ik een jaar of acht geleden op een harde manier. Na een ongeval brak ik mijn beide benen en maakte mijn hoofd een fikse klap tegen de grond. Het resultaat was een brein waarvan de interne administratie volledig was weggeslagen...
Ik leed aan geheugenverlies, haalde tijden en gebeurtenissen door elkaar en verloor mijn reuk- en smaakvermogen. Het vreemde was: ik was destijds niet bang. Als je interne kompas weg is, weet je immers niet beter. Je hersenen creëren op zo'n moment simpelweg een eigen, tijdelijke realiteit waarin alles logisch lijkt.
Pas achteraf hoorde ik de details die ik zelf was vergeten. Zoals die periode van medicijnvergiftiging. Omdat mijn korte termijngeheugen me in de steek liet, vergat ik telkens dat ik mijn pillen al had ingenomen. Zonder iets tegen mijn vrouw te zeggen—ik wilde haar ongerustheid en mijn eigen schaamte sparen—slikte ik zo achter elkaar een heel doosje leeg. Mijn wereld ontspoorde volledig, terwijl ik dacht dat ik stabiel op de rails stond.
Het herstel kwam in kleine, bijna magische ankerpunten. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik op een ochtend na maanden ineens weer de geur van verse koffie rook die mijn vrouw in de keuken aan het zetten was. Een flits van de echte werkelijkheid die weer binnendrong.
Dit zware trauma heeft mijn antenne voor 'de waarheid' definitief scherper afgesteld. Als je eigen hersenen je al zo gemakkelijk kunnen bedriegen, hoe alert moet je dan wel niet zijn op de wereld om je heen?
Het actsief observeren en bevragen van de werkelijkheid heeft echter een sociale prijs. Vandaag de dag merk ik dat de diepte opzoeken vaak eenzame frictie oplevert. Bij de koffieautomaat op het werk of in alledaagse kringen zoeken mensen meestal geen filosofisch debat. Ze zoeken bevestiging en herhalen braaf wat ze de avond ervoor op televisie hebben gezien. Zodra je dan een kritische vraag stelt, nuance inbrengt of het heersende narratief betwist, word je al snel achteraan de lijst met favorieten geplaatst. Anders denken is historisch gezien altijd gevaarlijk geweest; vandaag de dag leidt het vooral tot subtiele uitsluiting.
Mijn vader zei vroeger altijd: "Halve waarheden doen vaak meer schade dan een hele leugen." En hij had volkomen gelijk. Een halve waarheid lift mee op een kern van herkenbaarheid en sust ons in slaap. Het houdt ons comfortabel in onze veilige, kartonnen doos.
Echt observeren en buiten de box kijken vraagt om de moed om uw eigen gelijk te durven betwisten. Het is een levenslange, soms eenzame zoektocht, maar het is de enige manier om te voorkomen dat je verstandelijk blijft hangen in de tienerjaren van je geest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten