Wie op een zaterdagavond een moderne blockbuster opzet, ziet al snel een patroon. Er vallen honderden doden, complete steden worden in de as gelegd en de wereld balanceert op de rand van de afgrond. Maar als de rook eenmaal is opgetrokken, eindigt het verhaal vrijwel altijd in een nette, voorspelbare happy ending. Ons brein wordt hierbij op neurobiologisch niveau bespeeld: we krijgen eerst de adrenaline en stress van het gevaar, om vervolgens te worden gesust met een snelle dopamine-ontlading zodra de orde kunstmatig is hersteld. Het geweld wordt psychologisch afgekocht met een geruststellende sisser.
Dit is geen artistieke armoede, maar een keiharde commerciële wet. Omdat films vandaag de dag honderden miljoenen dollars kosten, kunnen studio's zich geen financieel risico permitteren. Ze hanteren de zogenaamde Global Four-Quadrant-formule: een film moet alle demografische groepen tegelijkertijd behagen. Een complex, schurend of deprimerend einde jaagt het massapubliek weg. Hollywood produceert daarom bij voorkeur psychologisch 'comfort food': verhalen die gemakkelijk weghappen en zorgen voor herhaalbezoeken, maar die de rauwe consequenties van de werkelijkheid zorgvuldig buiten beeld laten.
Maar er zit een veel diepere, donkere laag achter dit vermaak. Historisch gezien is de filmindustrie altijd een gigantische propagandamachine geweest. Tijdens de wereldoorlogen en de Koude Oorlog produceerden de studio's in opdracht van overheden openlijke propaganda om de publieke opinie te kneden. Vandaag de dag is die machine niet verdwenen; ze is simpelweg subtieler geworden. Door middel van subtiele framing, het selectief belichten van geschiedenis en het pushen van specifieke maatschappelijke dogma’s, bepaalt Hollywood nog altijd in grote mate wat de massa als 'goed' en 'slecht' ervaart. Het is een zachte, maar uiterst effectieve vorm van ideologische sturing.
Gelukkig zijn er uitzonderingen. Regisseurs zoals Oliver Stone, Clint Eastwood en Mel Gibson onderscheiden zich van de dertien-in-een-dozijn-Hollywoodmachine omdat ze een eigen, krachtige auteursstem hebben. Ze durven verhalen te vertellen die wél schuren. Maar als kritische kijker moet u ook weten dat zelfs zij de werkelijkheid kunnen buigen voor hun eigen ideologie of religieuze overtuiging. Niemand is volledig neutraal, en het gevaar schuilt erin dat we de visie van een briljante filmmaker blindelings verwarren met de absolute, historische waarheid.
Het ultieme voorbeeld hiervan is voor mij de film Hacksaw Ridge, gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de gewetensbezwaarde Desmond Doss. Hoewel de film cinematografisch is aangedikt voor het witte doek, raakt de menselijke kern je recht in de ziel. Dit soort cinema stijgt uit boven passief vermaak. Het sust je niet in slaap, maar wekt juist de ziel en nodigt uit tot diepe zelfreflectie.
En dat brengt dit deel 3 rond. We hoeven Hollywood, de media of onze eigen geschiedenis niet te boycotten. We mogen intens genieten van een goede film. Zolang we er maar voor waken dat we niet passief achteroverleunen in onze veilige, kartonnen doos. Echt onafhankelijk denken betekent dat je durft te genieten met je ogen open, je verstand op scherp, en met de constante bereidheid om te blijven zoeken naar wat er achter het beeld verborgen ligt.
Phoenix Pensador
Geen opmerkingen:
Een reactie posten